Op vrijdagavond zijn we weer bij elkaar geweest in Baarn: vijf en een half ouderpaar, een kleine groep nog, maar wel met heel veel onderlinge herkenning.
We beginnen de avond eerst maar eens met een rondje: ik ben de ouder van … en ik ben trots op hem / haar omdat …. Heel goed! Het bepaalt ons er maar weer eens bij dat onze homo-kinderen gewone mensen zijn, net als alle andere kinderen. We vinden tot onze verrassing zelfs nog een gezamenlijke eigenschap waar we allemaal trots op zijn: hun doorzettingsvermogen.
Daarna splitsen we op in twee groepen en praten er met elkaar over, hoe ieder het ouder-zijn van een homo-kind nu ervaart in relatie met zijn geloof.
De verschillen blijken erg groot. Een greep uit de verhalen:
1. De bijbel spreekt alleen maar negatief over homoseksualiteit. Om mijn homoseksualiteit of die van mijn kind te aanvaarden, moet ik die teksten anders gaan lezen. Maar welke teksten vallen er dan nog meer om? Waar ligt de grens van wat je letterlijk neemt en wat je naar eigen inzicht of gevoelen interpreteert? Dit maakt mij van tijd tot tijd erg onzeker.
2. Ik kies eerst voor mijn kind. God en de bijbel begrijp ik niet meer. Ik heb mijn geloof voorlopig maar op een laag pitje gezet. (Maar uit de betrokkenheid bij het verdere gesprek blijkt dat deze uitspraak voor deze moeder maar een noodmaatregel is om overeind te blijven.)
3. Ik wordt heen en weer geslingerd worden tussen boosheid en verdriet. Soms boos op God, soms boos op mijn kind. Ik weet het niet meer. Ik weet niet hoe ik het homo-zijn van mijn kind een plaats moet geven.
4. Ik houd me voorlopig alleen maar bezig met het herstellen van de schade in mijzelf en mijn omgeving die ontstaan is uit de conflicten die ontstonden nadat onze zoon besloten had tot het homo-huwelijk.
5. Ik zie zoveel afstand tussen de tijd van de bijbel toen en onze tijd nu, dat ik het moeilijk vind teksten over homoseksualiteit al te direct toe te passen. Als ik zie hoe Jezus met ontferming bewogen is over alles wat beschadigd en verstoten is, dan past daarin voor mij niet een hard afwijzend standpunt over homoseksualiteit of een duurzame homoseksuele relatie.
Wat opvalt, is dat de praatgroep een veilige omgeving biedt, waarin je open kunt praten over je vragen, je twijfels, je worsteling, je verdriet en je verworvenheden, zonder dat het gesprek meteen doodgeslagen wordt of je met je standpunt direct in de verdediging moet. Zo mogen we elkaar stukje bij beetje kleine stapjes verder helpen.
Het deed ons allemaal goed zo weer een paar uurtjes bij elkaar te zijn en ons op te trekken aan een stuk onderlinge herkenning waaraan het in onze dagelijkse omgeving helaas zo vaak ontbreekt.