Ik bracht mijn Paasweekend van 2014 gedeeltelijk door met het lezen van Justin Lee’s boek ”Torn”. Ik las het in de uitstekende Nederlandse vertaling van Tobya Jong. Het is lang geleden dat ik zo’n dik boek in maar twee dagen uitlas.

door Wielie Elhorst

Het verraste me dat Lee’s boek was uitgebracht door Ark Media. De lovende woorden op de kaft van een aantal vertegenwoordigers uit de gereformeerde en evangelicale wereld wekten mijn nieuwsgierigheid.

Wat je er verder ook van mag vinden, het 334 pagina’s dikke boek van Justin Lee is een boek dat gelezen moet worden door iedereen die betrokken is bij het voortgaande debat tussen christenen en LHBT-mensen. Al is het duidelijk in een Amerikaanse context geschreven (Goddank kent Europa bijvoorbeeld niet een zo wijdvertakte ‘ex-homobeweging’ als in de Verenigde Staten), toch is Lee’s beschrijving van de tegengestelde standpunten in dit debat herkenbaar. LHBT-mensen benadrukken het belang van de vrijheid zelf te kunnen kiezen voor een levensstijl die bij hen past en – vaak conservatieve – christenen leggen de nadruk op de normativiteit van de Bijbel met betrekking tot menselijke seksualiteit.

Eén van de verdiensten van Lee is dat hij niemand de schuld geeft. Zijn liefde voor de christelijke traditie en voor de kerk lijkt welhaast grenzeloos. Dat is niet zo omdat hij naïef is of omdat hij als christen nauwelijks objectief zou kunnen zijn. Het is omdat hij zeer begaan is met de manier waarop de kerken hun eigen goede boodschap beschadigen. Deze diepe zorg raakte mij zeer, omdat dit ook sinds lange tijd mijn eigen zorg is. Als je kijkt naar Lee’s eigen geschiedenis, hoe hij zijn homoseksualiteit ontdekte in een gemeente van de baptisten, dan had hij alle reden om deze te verlaten. Ik groeide in een soortgelijke omgeving op (het Leger des Heils), maar wat ik meemaakte valt in het niet bij wat Lee moest doorstaan in zijn vaak afschuwelijk eenzame reis. Het leek mij meer dan genoeg om de christelijke traditie en de kerk voor altijd achter je te laten.

Ik dank God voor mensen als Justin Lee die simpelweg weigeren op te geven en maar door blijven gaan met het samenbrengen van mensen, met het bouwen van bruggen, zelfs wanneer dit onbegonnen werk lijkt te zijn. Lee’s perspectief is er een van zachtmoedigheid en is geboren uit een geest van geduld die de ander wil begrijpen. In zijn ogen is dit de enige manier om de ‘cultuurbotsing’ te overwinnen, zoals hij het noemt, tussen christenen en LHBT-mensen, de christenen onder die laatste groep uiteraard inbegrepen. Deze houding is kenmerkend voor de vrucht van de Geest (en dus aan te bevelen).

Stap voor stap ontdekt Lee dat zijn homoseksuele gevoelens niet een kwestie zijn van keuze, maar dat hij ze gewoon altijd al had, en dat een behandeling voor de genezing van zijn homo-zijn niet bestaat. Laat staan dat hij hetero had kunnen worden, en dat de passages in de Bijbel die gaan over ‘mannen die seks hebben met mannen’ niet half zo duidelijk zijn als sommige/veel christenen denken dat ze zijn. Ondertussen stelt hij steeds zeer duidelijk dat hij niet als een ketter gezien kan en wil worden, maar als een authentiek christen die heel goed wil luisteren naar wat de Bijbel over relaties tussen mensen en over seksualiteit heeft te zeggen. Dat hij dit doet, is een grote verdienste van het boek. Lee maakt duidelijk dat het geen enkele zin heeft om je blind te staren op de welbekende passages uit de Bijbel, maar dat het hart van onze houding zou moeten zijn elkaar lief te hebben zoals Jezus ons lief had.

Om mezelf niet totaal in loftuitingen te verliezen, tot slot drie kanttekeningen:

1) Lee erkent een celibatair leven als een reële mogelijkheid voor christelijke LHBT-mensen. Ik vind dat je de individuele keuzes van mensen alleen maar kunt respecteren. Ik werd echter wel enigszins verrast door Lee’s wat onkritische benadering op dit punt. Ik weet vanuit mijn contacten met LHBT-mensen dat de keuze voor het celibaat beschadigend kan uitpakken als deze om de verkeerde redenen wordt gemaakt. Zoals Lee zelf stelt, vormt relationaliteit in Bijbelse zin het hart van wat het betekent mens te zijn.

2) Met Lee’s visie op dialoog stem ik van harte in. Dialoog van hart tot hart zou de basis moeten vormen van iedere ontmoeting tussen christenen. Lee houdt er echter geen rekening mee dat deze dialoog haast nooit op een gelijkwaardige manier plaatsvindt. Dialoog heeft weinig zin als afwijzing door een hoger geplaatste in de kerk keer op keer je lot is. Ons geduld hiermee hoeft niet zo oneindig te zijn als Lee lijkt te veronderstellen.

3) Onze roeping mag niet beperkt blijven tot het wegnemen van desinformatie over seksuele oriëntatie en genderidentiteit. LHBT-mensen zijn in zichzelf een verrijking van de gemeenschap van de kerk, in de wijze waarop zij het koninkrijk van God weerspiegelen. Ik ben benieuwd wat Lee hierover te zeggen heeft. Misschien een idee voor een volgend boek? Het was een grote vreugde en een plezier om ”Verscheurd” van Justin Lee te lezen. Pasen 2014 kon niet beter het verhaal van de Opstanding vertellen!

Wielie Elhorst is oud-voorzitter van LKP (koepelorganisatie christelijke LHBT-beweging in Nederland) en predikant in de Protestantse Kerk in Nederland.

Een uitgebreidere versie van deze recensie is verkrijgbaar bij de auteur.