Ik zit samen met een aantal andere leden van ContrariO en enkele anderen op een homo-gespreksgroep in Groningen die al enkele jaren door een dominee werd geleid. Ieder jaar schreven we een stukje in de verschillende kerkbodes van het noorden over het wel en wee van de gespreksgroep. Nu, nadat een pastoraal werker zijn functie binnen de gespreksgroep heeft overgenomen vroeg hij of één van ons een stukje wilde schrijven voor de kerkbodes. En zo ben ik aan het tikken gegaan en rolde er een persoonlijk verhaal over het beeldscherm die zoals later bleek erg herkenbaar was voor veel van de leden van de gesprekgroep. Verschillende vroegen zelfs of ik het zou willen plaatsen op jullie internetpagina. Nou, bij deze dus mij verzoek. Ik hoop dat je er iets in ziet en dat het bij kan dragen tot een positieve kijk op homoseksualiteit & kerk.

Ik ben nu al zo’n 7 jaar ‘uit de kast’. Ik heb al ongeveer een jaar een vaste vriend en zijn beide belijdende leden van de gereformeerde kerk (vrijgemaakt). Hij in een erg christelijk dorpje, ik in de grote stad. Allebei hebben we eigenlijk het gevoel dat het voor onze hele omgeving heel gewoon is dat we samen een relatie aan het opbouwen zijn. Want zelfs nu ik een vriend heb krijg ik overwegend positieve reakties uit de gemeente.

Het drong weer tot me door dat het toch niet voor iedereen zo normaal was toen ik pas een brief onder ogen kreeg van iemand die ons van het avondmaal wil houden omdat mijn vriend en ik van elkaar houden, ‘we met elkaar omgaan als een verliefd stel’. Termen van ‘God heeft toch duidelijk man en vrouw geschapen in het paradijs’ en ook ‘in het boek Hooglied gaat het alleen maar over relaties tussen man en vrouw’ moesten ons duidelijk maken dat een relatie tussen twee mannen niet mogelijk is.

Misschien denkt u, als u dit leest er ook wel zo over, maar probeert u zich eens voor te stellen in wat voor crisis-situatie veel jongeren terechtkomen als ze ontdekken dat ze homo zijn. Opgevoed met de bijbelse teksten dat homoseksualiteit ‘een gruwel’ zou zijn in Gods ogen en dat zij ‘zeker de doodstraf’ verdienen brengen veel jongeren tot wanhoop, vooral ook omdat homo-zijn niet iets is waar je voor kiest maar iets is dat binnen in je zit, dat je bent, van top tot teen. Ben ik dan een gruwel voor God? Wat heeft mijn leven dan nog voor zin?

In zo’n situatie wordt je met jezelf geconfronteerd. Wie ben ik echt? Geloof ik wel echt? Bestaat God eigenlijk wel? Het is een tijd waarin je strijd levert tussen je gevoelens, je verstand en je geloof. In die tijd ben ik begonnen met flink tegen de kerk aan te trappen. Hoe kunnen ze nou ……. Ik zat niet meer rustig in de kerk, als ik er al kwam. Mijn geloof wankelde terwijl ik tegelijkertijd toch een sterk contact met God had. Ik kon immers niet meer meehuppelen met de massa, maar moest zelf knopen doorhakken, zelf op zoek naar antwoorden en kwam zo altijd weer bij God uit. Maar wat moet je met God en de kerk als je het gevoel krijgt dat zij jou als persoon, als homo niet zien zitten. Dus dwaalde ik weer verder af en vond ik het eigenlijk wel goed zo.

Na de eerste stappen gezet te hebben in mijn ‘coming out’ nam ik contact op met de landelijk werkgroep ContrariO en werd lid van een gespreksgroep in Groningen. De werkgroep bracht mij in contact met andere homo’s. Eindelijk kon ik praten met anderen die mijn gevoel begrepen en kon ik gewoon mezelf zijn.

Dankzij de gespreksgroep kon ik me meer in mijn geloofsbeleving verdiepen.. We gingen samen met andere homo’s zoeken naar wat God nu echt van jou vindt. We spitten bijbelteksten uit, bespreken preken over homoseksualiteit of bespreken onderwerpen die op dat moment in de media actueel zijn. Wij proberen zo om samen met de vrijgemaakte kerk te zoeken naar de juiste weg waardoor ook homo’s zich thuis mogen voelen bij de Gereformeerd Kerken (vrijgemaakt). En heel langzaam lijkt het te gaan lukken. Gelukkig NIET door klakkeloos alles van homo’s te slikken maar door goed naar elkaar te luisteren en samen met elkaar te zoeken naar oplossingen.

Gelukkig weet ik nu dat God ook van homo’s houdt.

Wat dominees en ouderlingen jaren tevergeefs probeerden is door de werkgroep en mijn vriend nu wel gelukt. Ik ga weer met plezier naar de kerk, ik ben voor het eerst aktief in een bijbelstudiegroep en zie er niet meer tegen op om aan het avondmaal te gaan. Vraag mij niet of ik 100% zeker weet dat wat mijn vriend en ik met elkaar hebben goed is in Gods ogen en waarschijnlijk krijgen we daar ook nooit een antwoord op. Maar laten we op een christelijke manier elkaar helpen met elkanders moeiten en samen bidden voor kracht, wijsheid en liefde.

Rob Vos