“Homo van 9 tot 5…”

Het evangelie voor slaven

Efeziërs 6,7 : Slaven, doe uw werk met plezier, alsof het voor de Heer is en niet voor de mensen.

1 Korintiërs 7,22 :Een slaaf die door de Heer geroepen is, is een vrijgelatene van de Heer, zoals degene die als vrij man geroepen is een slaaf van Christus is.

Homo-zijn op de werkvloer, dat is het thema van vandaag. Ik sta hier als dominee en je kunt me meteen twee vragen stellen: is die man eigenlijk zelf homo en heeft hij eigenlijk zelf een werkvloer? Het antwoord op beide vragen is nee. Ik ben hetero. En voor de Belastingdienst geld ik als ZZP-er. ZZP-ers zijn mensen met een hoop administratieve rompslomp maar zónder werkvloer en de meeste ZZP-ers zeggen dat dit laatste nou juist zo fijn is. Al was het maar om dat je op andere tijden kunt werken dan van 9 tot 5… Dus wat zou ik in vredesnaam over dit thema kunnen zeggen? Toch heb ik de uitnodiging om hier vandaag te zijn met beide handen aangegrepen. Het is voor mij een kans om gedachten met jullie te delen die ik in de afgelopen jaren heb ontwikkeld. Laat ik meteen tot de kern komen. Ik zie in het Nieuwe Testament (behalve individuele personen) steeds ook groepen mensen aangesproken worden op de manier zoals dat in Efeziërs 5 en 6 gebeurt: mannen en vrouwen, ouders en kinderen, slaven en heren. En elders in de bijbel: armen en rijken, joden en Grieken. Als het fenomeen ‘seksuele geaardheid’ in de klassieke oudheid had bestaan, dan had Paulus beslist ‘homo en hetero’ aan dergelijke rijtjes toegevoegd, en als er destijds al iets was geweest als een ‘rassenvraagstuk’ had hij gesproken over ‘zwart en blank’. Dan had er dus gestaan: in Christus is homo noch hetero, blank noch zwart (nu staat er al: in Christus is man noch vrouw en jood noch Griek). U bent allen één in Christus, zegt Paulus in Galaten 3,27. Voetnoot: ik hoop dat jullie het ok vinden dat ik niet steeds ‘homo’s en lesbo’s’ zeg of ‘homo m/v’. Als ik homo zeg of hetero denk ik steeds aan vrouwen én mannen.

Niet dat Paulus van mening is dat er geen verschillen tussen mensen en tussen groepen mensen bestaan. Juist wel. Dat lijkt op het eerste gezicht tegenstrijdig. Hoe kun je beweren dat in Christus man noch vrouw is, en Griek noch jood, om op andere plaatsen in je brieven uitvoerig het verschil te maken: voor de mannen heb ik dit gebod en voor de vrouwen dat; tegen de joden wil ik dit zeggen en tegen de Grieken dat; ouders doe vooral zus en kinderen doe zo. En dan dus ook in mijn gedachtenexperiment: voor de hetero’s heb ik deze boodschap van God en voor de homo’s die, voor blanken dit en voor zwarten dat. Dat is natuurlijk een spannende denkoefening! Want áls Paulus iets over geaardheid of ras had geschreven, hadden we daar waarschijnlijk zeer van opgekeken. Als het echt om evangelie zou gaan, zouden zowel hetero’s als homo’s en ook blanken en zwarten een tijdje behoorlijk van hun stuk zijn. Ze zouden in een paar zinnen precies iets over hún valkuilen horen en hún eigenaardigheden én over een alternatief. Voorbeeld: als je in de Griekse patriachale cultuur tegen vaders durft te zeggen dat het evangelie betekent dat ze hun kinderen niet moeten verbitteren… Dat is natuurlijk ergens ook confronterend omdat vaders de neiging hebben om dat te doen, het is als het ware een aanslag op aspecten van je vader-zijn. Vaders moeten over die verbittering ook meer horen dan moeders. Maar het evangelie voor moeders is weer anders. Je kunt in ieder geval op je vingers natellen dat het evangelie níet is wat ‘de ons omringende cultuur’ óók al beweert over homo- of hetero-zijn. Dan zou het evangelie geen evangelie zijn. Dan is het immers geen goed maar oud nieuws.

Het Nieuwe Testament leert dat ieder mens (ongeacht ras, geaardheid, geslacht, sociale positie, plek in de familie etc.) in Christus voor God gelijk is (en gelijk is bij God niet neutraal. Het betekent: evenveel waard, even kostbaar!). Het Nieuwe Testament leert eveneens dat het evangelie steeds weer een andere vorm vindt en andere toepassingen, afhankelijk van de geadresseerde. Het evangelie voor mannen is anders dan dat voor vrouwen. Het evangelie voor ouders is anders dan dat voor kinderen. Het evangelie voor de hetero is anders dan dat voor de homo, omdat de hetero andere mogelijkheden heeft en andere problemen. De vraag wat homo’s aan moeten met het veld van seksualiteit en relaties is beslist een bijbelse vraag. Voor hetero’s geldt dat trouwens net zo goed. Oliver O’Donovan (een Anglicaans theoloog waardoor ik me vaak laat inspireren) zegt: laat ieder groep in de gemeente zelf doordenken wat het evangelie voor hén betekent. Laten hetero’s zeggen: ‘dit betekent het voor ons’ en homo’s ‘en dit betekent het voor ons’. En laten zij dit vervolgens aan elkaar vertellen. Waar mensen werkelijk ‘bekleed zijn met Christus’ zullen dat diepgaande gesprekken zijn. Je hebt elkaar daarin echt iets te zeggen. Toen ik dit voorjaar een prekenserie hield over ‘werk’ heb ik mensen uitgedaagd om het zo te doen. Het evangelie voor managers is anders dan voor schoonmakers, het evangelie voor directeuren anders dan voor werkzoekenden. Het evangelie voor wie van zijn pensioen geniet, is anders dan voor wie net op de arbeidsmarkt komt kijken. En iedereen begreep dat. En als ‘werkenden’ al in zoveel subgroepen zijn onder te verdelen, dan is dat met ‘de homo’ en ‘de hetero’ natuurlijk niet anders. Ik tenminste ben er van overtuigd dat er weinig fenomenen zo complex zijn als ‘geaardheid’: ontdekken wie je in dat opzicht bent en wat je daarmee moet. Mensen doen dat allemaal op hun bijzondere eigen wijze. Ik kom je vandaag dus niet vertellen hoe de dingen zitten. Ik daag je uit om met mij mee te zoeken naar wat voor jou het evangelie is. Ik geef je een paar handreikingen. Zeker, we hebben het vandaag over homo-zijn op de werkvloer. Maar als het echt om evangelie gaat, is dat ook van betekenis voor hetero’s en voor mensen zonder werkvloer. Voor ons allemaal dus.

Ik heb nu al een paar keer de term ‘het evangelie’ laten vallen. Tijd voor een werkdefinitie. Wat het evangelie is, wordt vaak misverstaan. Ik heb er zelf ook lang aan voorbij gekeken en in ieder geval aan voorbij geleefd. Het evangelie is niet alles wat er in de bijbel staat. Het evangelie is evenmin: alles wat er over God te zeggen valt. Voor veel mensen is het evangelie in de kern zoiets als ‘ik heb een liefdevolle Vader in de hemel’ of ‘als ik dood ben, ga ik naar de hemel’. In de oude kerk is het evangelie echter altijd scherper geformuleerd, aanstootgevender: Jezus Christus en die gekruisigd. Dat heeft de oude kerk geleerd van Paulus, die immers zegt: ik schaam mij het evangelie niet. Een liefdevolle hemelse Vader of hopen dat je na je dood naar de hemel gaat, is niet direct iets om je voor te schamen. Dat wil iedereen wel, zelfs al kun je er niet in geloven. Maar een gekruisigde God is een ander verhaal. Wat betekent Jezus Christus en die gekruisigd voor jou? Als je het antwoord hebt op die vraag, heb je het evangelie. Dus als jij homo bent en je werkt van 9 tot 5, dan is het evangelie jóuw persoonlijke antwoord op de boodschap dat Jezus ook voor jou wilde sterven. De brieven van Paulus zijn consequente variaties op dit thema. Dít evangelie moet worden toegepast op mensen. De dood van een timmerman uit Nazaret. Op groepen mensen en op individuele mensen. En het moet worden toegepast op een bepaalde cultuur.

Het evangelie is met je hele hebben en houden wortelen in de gekruisigde Christus. Het betekent iets voor je vrije tijd én voor je werkplek. Het betekent dus ook iets voor homo’s en lesbo’s van 9 tot 5 (op hun werkplek dus) in het Nederland van nu. Daar zoeken we wat mij betreft naar vandaag. Ik vind het een superthema! Of homo’s relaties mogen aangaan, is in de kerk een druk bediscussieerd thema. Maar bij mijn weten wordt er (bijvoorbeeld in de serie ‘Ethische Bezinning van mijn leermeester professor Jochem Douma) nérgens de vraag gesteld of homo’s mogen werken. Hoewel… die discussie is natuurlijk op een ander vlak wel gevoerd, en heftig ook . Dan ging het over of de vrouw mocht werken en dan natuurlijk met name de getrouwde vrouw. De vraag of kinderen mogen werken, is nog niet zo lang geleden ook in dit land hevig bediscussieerd en pas in de 20ste eeuw bij wet (beter) geregeld. Het is in andere delen van de wereld vandaag een brandend thema.

Nu zijn we vandaag met homo’s en hetero’s samen. Ik kies daarom voor mijn bijdrage een ogenschijnlijk ongevaarlijke bijbelse categorie: slaven. Slaaf ben je niet van 9 tot 5, slaaf ben je 24/7. Niemand kan zich zomaar identificeren met het slavenwerk zoals dat in de tijd van Paulus bestond. Tegelijk is het een zeer instructieve categorie: het is Paulus in de moderne tijd vaak verweten dat hij het evangelie niet écht op deze groep heeft toegepast, anders zou hij immers wel gezegd hebben dat ze vrij man of vrouw waren. Maar uit angst voor sociale onrust zegt Paulus dat nooit, integendeel: roept hij op om trouw hun heer te blijven dienen. Ik geloof dat het anders is. Ik geloof dat er ook een evangelie voor slaven bestaat. En als we vatten wat dát evangelie is, helpt het een stap verder om te ontdekken wat het evangelie voor óns is: homo of hetero, werkend van 9 tot 5, met een onregelmatige job of juist op zoek naar werk.

Eén van de grootste veranderingen die (met name betaald) werken in de 20ste eeuw heeft doorgemaakt, is de nadruk op de factor ‘voldoening’. Werk hebben is in onze samenleving voor veel mensen onvoldoende. Het moet leuk werk zijn, uitdagend. Het moet zinnig zijn en liefst ook creatief. Veel mensen hebben vandaag de dag boeiende banen. Maar dat geldt lang niet voor iedereen. De dagelijkse realiteit kan allesbehalve plezierig zijn.. Hoe krijg je of hoe hou je plezier in wat je doet? Plezier hebben in je werk lijkt een heel persoonlijke en ook grillige factor: je hebt het of je hebt het niet. Of je hebt het vandaag maar morgen niet. Een fantastische werkplek is geen garantie voor plezier in wat je doet en omgekeerd: in beroerde arbeidsomstandigheden kunnen mensen geweldig veel plezier hebben. Er bestaat wetenschappelijk onderzoek dat stelt dat arbeidsomstandigheden in Japanse bedrijven beter zijn dan in Europa, terwijl Japanners over het algemeen minder plezier hebben in wat ze doen. Vandaag concentreren we ons op een verbazingwekkend advies van de apostel Paulus aan de meest geknechte beroepsgroep die je kunt verzinnen: slaven. Paulus roept hen niet alleen op tot plichtsbetrachting en trouw (dat is een onderdeel: gehoorzaam…). Hij dringt er bij hen op aan om met plezier hun werk te doen. Denkt hij daarbij aan een slavenbestaan dat leuk is, creatief, uitdagend, blikverruimend? Dat is onwaarschijnlijk. Ergens anders (1 Korintiërs 7,21) schrijft hij dat een slaaf die vrij kan komen die kans met beide handen moet aangrijpen. Paulus meent niet dat een slavenbestaan hartstikke leuk kan zijn. Eerder lijkt hij met zijn raadgeving te zinspelen op een diepgeworteld innerlijk plezier dat ook functioneert in zelfs de meest moeilijke arbeidsomstandigheden. Want als het mogelijk is om als slááf je werk met plezier te doen…dan kan het volgens mij altijd en overal.

Als het in de bijbel over werk gaat, is het eerste woord dat valt niet ‘plezier’. Het is moeite, zweet, hard, onderdrukkend. De metafoor voor de werkende mens is het slavenhuis Egypte, waar je je te pletter zwoegt voor mensen die je als beloning met een zweep aftuigen. In het beloofde land ontstaan slaven als mensen zichzelf vanwege schulden moeten verkopen. De wetten in de Pentateuch dat zulke mensen geregeld weer op vrije voeten mogen staan, werden lang niet altijd consequent nageleefd. Ook de nieuwtestamentische apostel Paulus noemt in zijn brieven geen andere beroepsgroep zoveel als juist slaven. Opnieuw: dat ligt voor de hand. Deskundigen schatten dat tussen 0 en 200 n.Chr. zo’n 85 tot 90 procent van de bevolking van Rome uit slaven of afstammelingen van slaven bestond en de cijfers voor heel Italië of ook Asia Minor (waar Efeze ligt) liggen niet veel lager. Slaven waren volgens Romeins recht geen mensen, maar dingen. De grote filosoof Aristoteles, op wie veel van onze ideeën over gerechtigheid teruggaan, definieerde slaven als ‘menselijk gereedschap’. Nu moet je bij ‘slaaf’ niet alleen aan huishoudelijk personeel voor allerhande klusjes denken. Veel slaven werkten als landbouwer of handarbeider, maar er waren ook slaven die een bestaan hadden als architect, jurist, filosoof, accountant, leraar of schrijver. Veel van die slaven hadden een behoorlijke mate van bewegingsvrijheid en ook een aantal rechten. Maar nooit was een slaaf echt ‘eigen baas’ en juist dat eigen baas zijn was in het Romeins recht een voorwaarde om mens te zijn. Iedere slaaf had een aardse meester.

Slavernij is niet alleen iets van lang geleden. Aan de basis van de moderne Westerse maatschappij ligt veel slavernij, met de katoen- en suikerplantages in Amerika als bekendste voorbeeld. Grootmachten als Engeland, Frankrijk, Portugal en Spanje, maar ook Nederland verscheepten een totaal aantal slaven dat op 10 miljoen mensen wordt geschat. Daarnaast krijgen allerlei politieke denkers vanaf de 18e eeuw steeds meer aandacht voor slavernij in moderne vormen, zeg maar: de loonslaven. Karl Marx en het socialisme zijn er de bekendste voorbeelden van omdat zij het onaanvaardbaar vonden, maar ook Adam Smith, de voorvader van het kapitalisme, zag in de moderne slavernij een groot probleem, al had hij er geen oplossing voor. De meerderheid van de beroepsbevolking is echter in dienst van iemand anders. Wat zeg je als je voor een baas werkt of voor de overheid? Ik werk voor Philips, ik werk voor Nuon, ik werk voor de gemeente Amsterdam, voor (vul je bedrijfsnaam maar in). Ja, inderdaad! Nu hoeft dat lang niet altijd een probleem te zijn. Echte uitbuiting is er bijna niet meer. Moderne werknemers hebben veel rechten. Eén recht is er nog altijd niet: het recht op plezier in je werk. Vaak wordt er iets gevoeld van: ‘er wordt over mij beslist’, ‘ze doen maar’. De kloof tussen werkers en managers. Juist wie het meest op de werkvloer staat, heeft het minst invloed op beslissingen. Kan het plezier enorm verhinderen.

Terug naar de slaven. Onder de vroege christenen kwamen ze veel voor. Blijkbaar ook in de gemeente van Efeze. Een brief zoals deze was bedoeld om hardop te worden voorgelezen. Wat meteen opvalt: slaven worden apart aangesproken, net als vrouwen en kinderen. Dat is interessant. Aristoteles zou er niet over piekeren: waarom zou je ‘dingen’ behandelen alsof het mensen zijn? Paulus leert dat het in de christelijke gemeente niet uitmaakt of je vrouw of man bent, kind of ouder, slaaf of meester en hij past dat ook echt toe: hij spreekt ze persoonlijk aan. Nu komt Paulus in vers 7 tot die radicale suggestie voor slaven, waarvan ik denk dat dit advies van toepassing is op ieder die in welke context dan ook arbeid verricht, betaald of vrijwillig (dus ook voor homo’s en hetero’s, van 9 tot 5 of onregelmatig). Doe je werk met plezier, alsof het voor de Heer is en niet voor de mensen. Met dat ‘alsof’ wil Paulus zeggen: blijf gewoon het werk doen wat je deed. Hij zegt niet: overweeg of je niet voor de Heer moet gaan werken. Nee, hou je bij je leest. Denk niet dat je een scheiding kunt maken tussen ‘gewoon werk’ (waar God niks mee te maken heeft) en ‘bijzonder werk’ (heilig of toegewijd aan God). Elke vorm van bezig zijn kun je uitvoeren alsof het voor God is. Hoe kan dat nou? Wordt slaaf-zijn opeens leuk als je het voor God doet? Nemen mensen je opeens serieuzer? Houden rottige opmerkingen over je geaardheid opeens op? Hier stuit je op de kern van wat christelijk geloven is. Christelijk geloof meent dat er een diepere realiteit bestaat dan hoe de dingen zijn, hoe de verhoudingen liggen en hoe jij je voelt, en dat die diepere realiteit impact heeft op alles. Wat betekent ‘werken alsof het voor God is’? Ken je God? God is een bron van genade en overvloed. Hij zal nooit zeggen: het is te weinig, het is niet goed of niet goed genoeg. In de bijbel wordt ons verteld hoe voor God werken op zichzelf een plezier is omdat God aan het begin staat, niet aan het einde. Omdat God je zegent en niet eist. God is niet de Beoordelaar aan het einde. Hij is de Gever vanaf het begin. Volgens Intermediair was de Rabobank ‘Werkgever van het jaar 2009’. In het juryrapport zegt een werknemer: “Ik word als volwaardig gezien, ik word overal in meegenomen, de omgang is veel informeler dan ik dacht, de lijntjes zijn kort en de deur van mijn baas staat altijd open.” Als dat de criteria zijn, dan heeft niemand méér recht op de titel ‘beste werkgever’ als God. Paulus zegt: een slavenbestaan is de proef op de som, als het daar werkt, werkt het altijd en overal. Hoe mijn aardse meester of collega me ook ziet, God ziet me als volwaardig. Hoe mijn aardse meester of collega me ook benadert, mijn contact met God is altijd informeel. Kind aan huis zijn bij God zorgt ervoor dat je zelfs je slavenbestaan met een glimlach kunt leven. Zelfs tegen de meest geringe slaaf zegt God wat de Vader tegen de jongste én de oudste zoon zegt: mijn kind, al het mijne is het jouwe!

Is dit een RET-achtig verhaal, zo van: als je dit soort dingen maar lang genoeg tegen jezelf zegt, ga je ze vanzelf geloven? Ik denk het niet. Dit is geen algemeen religieus of vroom verhaal. De Heer waar Paulus het steeds over heeft, is een God met een duidelijk gezicht: Christus. Jezus dus. Wie is Jezus? God die zelf een dienaar wordt. Toen God in Jezus naar deze wereld kwam, nam hij de gestalte aan van een slaaf en werd gelijk aan een mens. En als mens verschenen, heeft hij zich vernederd en werd gehoorzaam tot in de dood – de dood aan het kruis. Daarom heeft God hem hoog verheven en hem de naam geschonken die elke naam te boven gaat. (Filip. 2,7-10). In het christelijk geloof is de hoogste baas ooit zelf slachtoffer geweest van het fenomeen dat mensen graag slijmen naar boven en trappen naar beneden. Of men in de hemel ‘boven’ ook weet hoe het hier ‘beneden’ kan zijn! Dat slaaf zijn wordt vaak opgevat in de trant van: Jezus kwam om mensen te dienen. Daar gaat echter iets bovenuit. Jezus was eerst en vooral een slaaf van God. Daarom kan Paulus in vers 6 zeggen: je bent een slaaf van Christus (niet: als je andere mensen dient maar) als je van harte alles doet wat God wil. Dan lijk je op hem. Jezus is iemand die weet dat niemand een betere werkgever is dan God. Jezus is de slaaf die zijn baas Vader durft te noemen, niet om te slijmen maar uit overtuiging, omdat hij zijn baas kent. Hij weet ook als geen ander hoe je God kunt betrekken in alles wat je doet.

Waarom is dat een plezier? Liep het juist met Jezus niet dramatisch af? Alle religies zeggen: doe je best voor de god of de goden. Allemaal kennen ze elementen van plicht of angst of allebei. Geen enkele religie zegt zonder voorbehoud dat het werken voor de Heer een plezier is. Paulus legt het evangelie uit: Christus gehoorzamen is een plezier. De basis om voor Hem aan het werk te gaan, is het geloof dat hij allang aan het werk is voor jou. Hij dient niet alleen zijn Vader, hij dient ook jou als zijn broer of zus. U bent geroepen door de Heer. Was u slaaf, dan bent u nu een vrijgelatene in Christus. Was u vrij man, dan bent u nu een slaaf van Hem. U bent gekocht en betaald, dus wees geen slaven meer van mensen. (1 Kor. 7,21-23)Je identiteit wordt ten diepste niet bepaald door wat je doet, maar door wie je in Christus bent. Adam Smith, de vader van het moderne kapitalisme, zei: de arme arbeider: wat ellendig dat hij het eigendom is van iemand anders, maar zo werkt vooruitgang nu eenmaal, dit is de prijs. Karl Marx zei: dat kan niet waar zijn. We mogen niet rusten totdat de arbeiders van niemand anders eigendom zijn dan van zichzelf. Beide hebben de halve waarheid. Het evangelie is: kostbaar eigendom zijn van Christus is de weg naar diepe innerlijke vrede en vrijheid. Eén van de redenen waarom het christelijk geloof zo snel is gegroeid, was omdat de grote meerderheid van de mensen uit het Romeinse Rijk uit slaven bestond. Trouwens, ook op de katoenplantages en in de smerige fabrieken van Londen trok het veel belangstelling. Misschien juist ook onder homo’s?

De boodschap van Efeziërs is vaak slecht begrepen. Als het evangelie érgens impact heeft, dan wel op de verhouding heer-slaaf. Als slaven én meesters te leren elkaar als broeders en zusters te aanvaarden, kan het bij iedereen. Zodoende kwam het tot tal van verbeteringen in menselijke relaties. Van meer respect, betere arbeidsomstandigheden tot aan vrijlating toe. Hoe is dat vandaag? Wat is God dienen en Jezus volgen? De bijbel zegt: als het ergens relevant is, dan wel op je werk. Treedt alle personen voor en met wie je werkt, met ontzag, respect en oprechtheid tegemoet. Op je werk staat er altijd iets (veel) op het spel. Indruk maken, resultaten behalen, beoordeeld worden. Logisch dat de meeste mensen proberen om met uiterlijk vertoon bij de mensen in de gunst te komen. Dat is niet nodig als je al onvoorwaardelijk bij God in de gunst staat. En als het niet lukt met dat ontzag en respect of onvoldoende, als het niet lukt met dat plezier? Ga dan niet bij jezelf te rade, ga het ook niet domweg meer proberen. Gehoorzaam Christus en dat is in de eerste plaats: wees vrij van alle andere factoren die je plezier beïnvloeden en vaak vergallen. Vind je plezier in Hem. Spirituele werkelijkheid: of je christen bent, laat zich nergens zo goed vaststellen als op je werk. Het is de reality-check van wat je gelooft. Als je Gods woord over bevrijding werkelijk hebt gehoord en begrepen, kan niemand je nog wat maken!

Tenslotte. Het levert iets op. Beloning! U weet dat allen door de Heer beloond worden voor het goede dat ze doen. Christenen en niet-christenen denken: zie je wel, het gaat er dus toch om dat God je beoordeelt. Hoor dan vandaag het evangelie zoals Jezus het zelf ooit zei (Lukas 12,37): Gelukkig de knechten die de heer bij zijn komst wakend aantreft. Ik verzeker jullie: hij zal zijn gordel omdoen, hen aan tafel nodigen en hen bedienen. Dat wil zeggen:

*de waarde van een mens ligt in wie hij is, veel meer dan wat hij doet. God beoordeelt tenslotte niet het werk van je handen. Hij dient jou! Waarom? Omdat hij daar plezier in heeft. Christenen zullen geleerd door God overal en altijd mensen hoger aanslaan dan prestaties. We zijn meer dan elkaars slaaf of heer en ook meer dan eigen baas. We zijn eigendom van Christus: iemand die tot in eeuwigheid óns wil dienen. Omdat hij plezier heeft in wie jij bent!

*plezier in je werk is niet het opheffen van alle verschil in rangen en standen, beloning en werkplek. Ook hetero’s en homo’s hoeven niet te doen alsof er geen verschillen zijn. De    sleutel bestaat in het geloof dat zij en u dezelfde Heer in de hemel hebben en dat hij geen onderscheid maakt (vers 9). Dat leidt tot echte samenwerking. Slaven kunnen hun heer plezier doen en omgekeerd. Door je levensstijl als slaaf kun je je heer voor God winnen. Je werkgever, je collega, je klant. Of (nog één keer): door je levensstijl als homo hetero’s voor God winnen en omgekeerd: als hetero’s door je gedrag homo’s tot God brengen.

Tim Vreugdenhil
Postadres: Uiterwaardenstraat 5-I, 1079 BN  Amsterdam
Mailadres: timvreugdenhil[at]yahoo.com

Tim Vreugdenhil is als predikant werkzaam voor de Stadshartkerk in Amstelveen en de Amstelgemeente in Amsterdam. Zie verder www.stadshartkerk.nl en www.amstelgemeente.nl