Mijn coming-out verhaal

Kort voordat ik 50 werd, kwam ik tot de ontdekking dat ik mezelf wat mijn seksuele geaardheid betreft altijd anders had voorgedaan dan ik ben. Door een ervaringscursus met een groepje collega’s leerde ik stilstaan bij mijn diepste gevoelens en die serieus nemen. Tot mijn verrassing kon ik er toen opeens niet meer omheen: Ik ben homofiel! De gevoelens die ik al een tijdje had, kregen opeens een naam: ik was verliefd, op een man! Jarenlang weggestopte vragen en twijfels over mijn identiteit vonden eindelijk een antwoord. Maar ja, ik was getrouwd, al bijna 25 jaar. En de man in kwestie was hetero en ook getrouwd. Ik heb een bevriende pastor in vertrouwen genomen en hem mijn verhaal verteld. Hij heeft me heel goed opgevangen. Dat was voor mij een bevestiging van wat ik diep in mijn hart al wist: Ik mag er zijn voor God, ook met een homoseksuele geaardheid. Toch heb ik daarna nog een jaar gewacht voordat ik de vriend in kwestie durfde te vertellen wat mijn gevoelens voor hem waren. Tot mijn opluchting nam hij het goed op. Hij kon mijn gevoelens uiteraard niet beantwoorden, maar we zijn vrienden gebleven en we respecteren elkaar.

Na die stap heb ik hulp gezocht bij het maatschappelijk werk. Niet omdat ik het moeilijk vond mijn nieuwe identiteit als homo te aanvaarden. Het voelde eerder als thuiskomen bij mezelf. Eindelijk kon het masker af, waarachter ik mezelf zolang verstopt had. Maar ik vond dat het nu ook aan mijn vrouw en aan onze kinderen moest vertellen, en daar zag ik heel erg tegenop.

Twee jaar geleden heb ik de stap gezet om het aan mijn vrouw te vertellen. Ik heb er geen spijt van, want ik voel me daardoor ‘echter’, meer mezelf. Maar ik heb wel te licht ingeschat wat het voor mijn vrouw zou betekenen. Voor haar was het een klap die heel hard aankwam: een nieuwe teleurstelling, na de verwijdering die er in onze relatie de laatste jaren gegroeid was, en vanaf nu ook geen hoop meer op herstel van de verdwenen intimiteit tussen ons. Onze gesprekken gaan gewoonlijk over zakelijke dingen die gedaan of geregeld moeten worden. Maar over onszelf, over onze gevoelens en verwachtingen, praten we niet of heel moeilijk. Dat is ook na mijn coming-out niet beter geworden.
Een gemeenschappelijk belang zijn onze kinderen. Die zijn inmiddels ook allemaal op de hoogte. Zij hebben de spanning in onze relatie al die jaren wel aangevoeld en kunnen die nu beter plaatsen. Ze wijzen me geen van allen af gelukkig, maar vinden het wel moeilijk om ermee om te gaan. Daarnaast hebben ze ruimte nodig, om te kunnen vertellen wat zij in de afgelopen jaren in hun ouders, en dus ook in mij, gemist hebben.

Het geloof is in heel dit proces niet alleen een steunende, maar ook een complicerende factor. Achteraf besef ik dat mijn geloofsovertuiging vele jaren lang mijn coming-out heeft tegengehouden. Christen-zijn en homoseksuele gevoelens waren voor mijn gevoel niet met elkaar verenigbaar. Nu denk ik daar intussen wel anders over. Maar ik ervaar dat homoseksualiteit in de kerk nog altijd erg verborgen is en dat het beleven van homoseksualiteit in een relatie niet of nauwelijks bespreekbaar is. Bovendien geldt voor mij dat ik een functie bekleed die zo nauw verweven is met de kerk, dat ik het niet verantwoord vind om openlijk met mijn geaardheid naar buiten te treden. Wel heb ik mijn verhaal verteld aan mijn familie, aan vrienden, en aan een aantal collega’s, van wie ik weet dat ze er discreet mee omgaan.

Ik heb ervoor gekozen om met erkenning van mijn homoseksuele geaardheid getrouwd te blijven. Tenslotte zijn we intussen al meer dan 25 jaar bij elkaar. En ik weet dat er anderen zijn in dezelfde situatie, die desondanks een goed huwelijk hebben. Maar of òns dit gaat lukken, weet ik niet. Mijn vrouw en ik proberen met professionele hulp uit te zoeken hoe we samen verder kunnen. Dat is een zware klus die veel energie vraagt. We worden geconfronteerd met onze gebroken verwachtingen, met onze onmacht en onze pijn. We zijn nu wel zover, dat we het gevecht om wat er niet is en ook niet meer komt gestaakt hebben. Dat geeft een stuk rust en ruimte. We accepteren dat onze relatie beperkt zal blijven. Hoe we daar nu verder concreet vorm aan willen geven, is een belangrijke vraag voor de komende tijd.

Terugkijkend op mijn verhaal zeg ik: ik ben ruim 3 jaar geleden met mijn coming-out begonnen en dat proces is nog steeds gaande en het is ingewikkelder dat ik in het begin dacht. Trouw blijven aan mijzelf en mijn geaardheid, en tegelijk trouw blijven aan mijn vrouw en ons beperkte huwelijk, daar bestaat geen kant en klare oplossing voor, daar ben ik nu wel achter. Het is een zoektocht. Ik ben dus in beweging. Wel behoedzaam, maar toch stap voor stap. Lid worden van ContrariO en mijn verhaal toevertrouwen aan deze club van lotgenoten is weer een nieuwe stap. Wat ik daarvan verwacht? Ik hoop op een stuk herkenning, begrip, meeleven, en misschien bemoediging. Niemand anders kan voor mij en voor ons de keus maken. Dat moeten we zelf doen. Maar het is goed te weten dat je niet de enige bent die hiermee worstelt. En het kan helpend zijn om vragen en ervaringen met elkaar te delen. Reacties zijn dus zeker welkom.

Hartelijke groeten,
Peter Jan

Mijn coming-out verhaal (vervolg)

Nadat ik het bovenstaande verhaal had ingestuurd, kreeg ik het verzoek: Kun je nog wat meer vertellen over de vraag wat dit hele proces dat je hebt doorgemaakt met je geloof heeft gedaan? En welke steun je door het geloof ondervindt? Dat zijn belangrijke vragen. Ik wil proberen daar iets meer over te vertellen. Tussen de regels door heb ik er hierboven al iets over geschreven.

Ik schreef bijvoorbeeld, dat ik tijdens mijn eerste gesprek hierover met een bevriende pastor al besefte: “Ik mag er zijn voor God, ook met een homoseksuele geaardheid.” Maar ik schreef ook, dat het geloof in heel het proces dat ik doormaakte niet alleen een steunende, maar ook een complicerende factor is geweest. Daar zit uiteraard een heel verhaal achter. Een verhaal over het leren ontdekken en accepteren van mijn (seksuele) identiteit, en tegelijk een verhaal over de ontwikkeling van mijn geloof en de verandering van mijn geloofsopvattingen.

Ik vind het niet gemakkelijk om daarover iets op papier te zetten wat recht doet aan hoe ik dit beleef. Geloven is iets intiems, vind ik. Erover schrijven in een stuk dat onbekenden kunnen lezen, lijkt op het prijsgeven van een geheim. Ik wil het toch proberen, in de hoop dat iemand er iets aan heeft.

Lang voordat ik voor mezelf tot de erkenning ben gekomen dat ik een homofiele geaardheid heb, hield het onderwerp “homoseksualiteit” mij al bezig. In mijn studententijd leerde ik het onderscheid van Douma tussen homofilie en homoseksualiteit kennen. In eerste instantie gaf dat ruimte: niet alles op dit gebied hoeft te worden veroordeeld. Later kwam ik erachter dat dit onderscheid het eigenlijke probleem niet oplost: de grens tussen gevoelens en gedrag is nogal kunstmatig en doet geen recht aan de existentiële vraag van homo’s, of ze er nu mogen zijn zoals ze zijn, of niet?

In 1989 was ik op een bezinningsdag voor ambtdragers over homofilie en kerk, n.a.v. het boekje van Jannes Janssen: Kavels tarwe in de woestijn. Daar kwam de realiteit van het vraagstuk heel dicht naar mij toe en leerde ik mijn vooroordelen tegen homofilie en tegen homofielen loslaten.

Maar het onderwerp homoseksualiteit stond nog altijd buiten mijzelf. Tenminste, dat dacht ik. Rationeel kon ik het buiten mezelf houden, het ging over anderen. Mijn eigen gevoelens hield ik verborgen, ze waren er wel, maar ik wilde ze niet onder ogen zien en erkennen. Verstand en gevoel bleven zo twee aparte werelden in mij. Ik was heel afstandelijk, leefde achter een masker.

Tot ik 10 jaar geleden ernstig depressief werd en de bodem onder mijn bestaan kwijtraakte. Veel weggestopte gevoelens kwamen toen in alle hevigheid naar boven. O.a. ook de twijfels die ik als jongere had gehad over mijn geaardheid. Met professionele hulp heb ik mezelf weer teruggevonden, maar mijn seksuele geaardheid bleef een onopgelost punt.

Na die tijd kwam ik de naam van dr Ruard Ganzevoort tegen. Ik heb veel gehad aan een paar boeken en artikelen die hij geschreven heeft. Wie geïnteresseerd is, verwijs ik naar zijn website: www.ruardganzevoort.nl. Zijn boekje “Mag ik er zijn?” was voor mij een eye-opener. En door een artikel van hem in Soteria (“Pastorale kernwoorden”) leerde ik anders aankijken tegen homoseksualiteit in relatie tot de Bijbel en tot de ethiek. Kort gezegd: Minder veroordelend vanuit het gebod, meer ruimtegevend vanuit de genade.

Op die manier heb ik toen rationeel de bodem gelegd voor mijn latere coming-out. Maar emotioneel zat ik nog vast. Tot drie jaar geleden. Daar begint mijn coming-out verhaal. Door mee te doen aan een dramagroep ontdekte ik opeens dat ik mijn gevoel serieus mocht nemen en dat mijn gevoel en mijn geloof geen gescheiden werelden zijn, maar dat ik mijn geloof ook kan en mag beleven via mijn gevoel. Als ik het zo opschrijf klinkt het misschien wat abstract, maar voor mij was het heel concreet: een heel nieuwe ervaring, verrassend en confronterend. Toen kon ik niet meer om mijn homoseksuele gevoelens heen, zoals ik in mijn vorige verhaal al schreef. Ik heb dit ervaren als thuiskomen bij mijzelf. En ik voelde dat het er mocht zijn, dat ìk er mocht zijn.

Geloven heeft voor mij altijd betekend: steun en troost ervaren, vooral ook door middel van mensen die God om mij heen geeft. Hoeveel pijnlijke en verdrietige ervaringen ik in mijn leven ook gekend heb, de steun kwam altijd weer terug als een onderliggende kracht.

Nu leerde ik, dat geloven voor mij ook nog een andere dimensie heeft: verlangen. Verlangen naar verbondenheid, nabijheid, intimiteit. Dat is ten diepste een geestelijk verlangen, maar er zitten ook andere dimensies aan: lichamelijk, emotioneel, relationeel. Ik kwam voor de vraag te staan, wat ik met dit verlangen wil dóén. Dat werd een worsteling met mijzelf, ook een geloofsworsteling: Welke keuze wil ik maken en wat is Gods wil voor mij? Ik ben daar niet uit, maar ik ben er wel in gegroeid. Kant en klare antwoorden zijn er niet. Maar ik heb tijdens mijn zoektocht ervaren dat God met mij bezig is. En ik vertrouw dat Hij mij op deze weg wel verder zal leiden.
Wil je reageren? Mail naar: peterjvandam[at]hotmail.com

Peter Jan