ContrariO tevreden met CU-rapport Representatie

De Commissie representatie van de ChristenUnie heeft advies uitgebracht en het bestuur van de ChristenUnie volgt het advies. De Commissie adviseert om geen lijst met gedragingen op te nemen in de gedragscode en dus ook geen uitspraak in de gedragscode te doen over homoseksualiteit.

Onderscheid tussen homo oriëntatie en homo relatie.
In de politieke traditie van de ChristenUnie is altijd een onderscheid gemaakt tussen de homoseksuele oriëntatie en de homoseksuele relatie. Aan de hand daarvan werd gesteld dat een afwijzing van de relatie géén morele diskwalificatie van de oriëntatie betekent. Zij geloven dat dit een zinvol onderscheid is, waarvoor zij zich dwars tegen de cultuur van deze tijd in sterk willen blijven maken. Toch zien zij – met veel christenhomo’s- ook de beperkingen van dit onderscheid, zeker wanneer dit vertaald wordt als een onderscheid tussen ‘zijn’ en ‘doen’. Mensen die homoseksueel georiënteerd zijn, ervaren die oriëntatie tot in de vezels van hun bestaan en doen dus ook homoseksueel.
Anders gezegd: bij een homoseksuele oriëntatie horen gevoelens van vriendschap en genegenheid voor een seksegenoot. Daarover spreekt de Bijbel nergens een morele veroordeling uit en dat past de ChristenUnie dus evenmin. Datzelfde geldt tot op zekere hoogte voor het uiting geven aan deze gevoelens.
Maar dat roept de vraag op, hoever dit strekt? Hoe mag een homo invulling geven aan zijn of haar genegenheid voor een seksegenoot?
Wanneer gaat vriendschap over in intimiteit en wanneer gaat intimiteit over in seksualiteit? Dit zijn stuk voor stuk vragen die zozeer in de intieme levenssfeer liggen dat de ChristenUnie ze niet kan en niet moet willen beantwoorden zegt de Commissie Representatie. en deze vragen dienen zich onvermijdelijk aan, wanneer de ChristenUnie ten aanzien van homoseksueel levende leden uitsluitende bepalingen zou opnemen in partijdocumenten. Daarmee komen zij in een onoplosbare casuïstiek terecht waarin de ChristenUnie zich als partij niet moeten wagen luidt het advies.

De Commissie adviseert geen lijst met ongewenste gedragingen en heeft daarvoor 5 redenen:

1 Elke lijst is selectief.
2 Elke lijst is haast onvermijdelijk gedateerd.
3 Alleen publiek zichtbare uitingen kunnen afgewezen worden.
4 Elke lijst is multi-interpretabel en zal dus nieuwe discussies oproepen.
5 Over wat een Christelijke levensstijl inhoudt wordt verschillend gedacht.

De Commissie Representatie kwam met de onderstaande 9 conclusies.
Conclusie 1:
Politieke partijen stellen in Nederland eisen aan de levensstijl van hun politieke vertegenwoordigers, maar kennen daarvoor in het algemeen geen eenduidige beschrijving van criteria of kaders.

Conclusie 2:
Politieke partijen hebben een eigen verantwoordelijkheid om zich een oordeel te vormen over gedragingen van partijleden, omdat en voor zover dit relevant is voor het authentiek en geloofwaardig uitdragen van de eigen politieke overtuiging. Die verantwoordelijkheid onderscheidt zich van die van een kerkelijke gemeenschap, gelet op karakter en doelstelling van beide. Christelijke politieke partijen en kerken kunnen zich daarom in dit verband niet achter elkaar verschuilen of zonder meer op elkaar beroepen

Conclusie 3:
De ChristenUnie mag van haar vertegenwoordigers verwachten dat zij politiek geloofwaardig zijn in de wijze waarop zij hun christen-zijn in de praktijk van elke dag gestalte geven. Op grond van het politieke belang dat gemoeid is met de geloofwaardigheid van ChristenUnie vertegenwoordigers mag de ChristenUnie daarom – net als andere partijen – oordelen over de levenswijze van haar (kandidaat)vertegenwoordigers, voor zover dat relevant is voor het uitdragen van de politieke overtuiging van de partij

Conclusie 4:
Het is niet mogelijk en niet gewenst om ten behoeve van selectie of supervisie in een gedragscode of anderszins een lijst vast te leggen van levenswijzen of gedragingen die de politieke geloofwaardigheid van (potentiële) ChristenUnie vertegenwoordigers in het geding brengen.

Conclusie 5:
Een gedragscode dient zich te richten op aspecten van integriteit die niet door andere regelingen worden gedekt. Duidelijker dan tot dusver dient vastgelegd te worden, dat ChristenUnie vertegenwoordigers juist met het oog op hun politieke geloofwaardigheid altijd aanspreekbaar dienen te zijn op de Bijbel. Daartoe wordt een wijziging van artikel 2 van de opgestelde gedragscode voorgesteld. Verder moet een gedragscode zich beperken tot interne afspraken tussen de partij en haar vertegenwoordigers en tussen politieke vertegenwoordigers van de ChristenUnie onderling.

Conclusie 6:
Het verdient aanbeveling om het selectiebeleid – waarvoor centrale en decentrale partijorganen verantwoordelijk zijn – te versterken via het instrument van centrale training. Selectiebeleid dient zich te richten op kwaliteitskenmerken zoals bekwaamheid en geschiktheid, inclusief die om de politieke overtuiging van de partij geloofwaardig uit te dragen.

Conclusie 7:
De ChristenUnie en haar voorgangers GPV en RPF hebben door de jaren heen consequent op basis van Bijbelse uitgangspunten als onderdeel van hun politieke overtuiging uitgedragen dat het huwelijk door God bij de schepping is ingesteld als een in beginsel onverbreekbare relatie van één man en één vrouw en daarmee als een grondpijler van de samenleving. Daaraan verbonden was en is de overtuiging dat alternatieve relatievormen (zoals ongehuwd samenwonen van man en vrouw of duurzame homoseksuele relaties) niet met het huwelijk gelijkgesteld kunnen worden, ook al kan een zekere regeling daarvan maatschappelijk en politiek gewenst zijn.

Conclusie 8:
Gelet op de politieke geloofwaardigheid van de ChristenUnie inzake de plaats van het huwelijk (in onderscheiding van andere relatievormen) als grondstructuur van de samenleving is een beoordeling van de homoseksuele levenswijze van een (kandidaat) vertegenwoordiger van de partij relevant. Daarbij zal deze levenswijze niet louter op zichzelf beoordeeld worden, maar altijd in relatie tot het geheel aan opvattingen en gedragingen dat iemand tot een geloofwaardig vertegenwoordiger van de ChristenUnie maakt.

Conclusie 9.
Het is onjuist om bij selectie- en supervisieprocedures voor sommige leden van de partij een andere aanpak te bepleiten, al dan niet vastgelegd in een gedragscode, dan de algemene toets van de politieke geloofwaardigheid die voor alle vertegenwoordigers van de ChristenUnie geldt.

ContrariO heeft met tevredenheid kennisgenomen van de inhoud van het rapport

In het rapport lezen wij in grote lijnen en detail aandachtspunten en adviezen terug die wij in gesprek met de commissie Cnossen hebben aangereikt. Uitgangspunt voor de ChristenUnie is en blijft de bijbel, Gods Woord. Daarop mag iedere christen op aangesproken worden, juist als het gaat om geloofwaardigheid. Homo of hetero is hierin gelijk. Wie zijn geloof waardig uitdraagt kan volgens de commissie de standpunten van de partij vertegenwoordigen. ContrariO ziet in het rapport niet een afgedwongen compromis, maar een principiële keus en een zaak waarvoor men zich met volle overtuiging wil inzetten

De ChristenUnie sluit niet op voorhand homoseksuelen uit van bestuursfuncties, maar zoekt het individu en de dialoog zonder dat de uitkomst van het gesprek al vaststaat. Het onderlinge gesprek heeft de voorkeur boven een zwart/wit standpunt waarbij altijd één groep in de kou gezet wordt. In wezen neemt zij hetzelfde principiële standpunt in als ContrariO, dat gezien de pluriformiteit aan opvattingen binnen de vereniging/partij er geen duidelijke uitspraak gedaan kan, maar ook niet mag, worden. ContrariO had graag gezien dat de commissie iets nadrukkelijker had stilgestaan dan zij nu (impliciet) doet bij het ‘agree to disagree’.

De commissie constateert wel een onderscheid tussen verschillende visies op bijbelse gegevens, erkent dat de zoektocht van de christenhomo naar een standpunt vaak een moeizame is en heeft oog voor de frustraties die het labellen van homo’s en lesbiennes als ‘niet volgens de schepping bedoeld’ oplevert. De commissie maakt van de homo niet een buitencategorie en wil in verootmoediging zoeken naar wegen om bij te dragen aan een welkom klimaat voor de homo in de christelijke kring. Zij wijst op een te maken inhaalslag (ook door de kerken!) als het gaat om een goede christelijke omgang met homoseksuelen en spreekt in de eerste plaats de hoop en verwachting uit dat de discussie in de partij wordt gevoerd vanuit het thema: geef homoseksuele leden van onze partij een welkom en veilig gevoel.

Hoe één en ander in uit gewerkt zal worden moet de praktijk uitwijzen. Contrario zal het nauwlettend in de gaten houden en is bereid een constructieve bijlage te blijven leveren.

Nederlands Dagblad voorpagina: Christelijke homo’s zien ruimte in CU-beleid
http://www.nd.nl/Document.aspx?document=nd_artikel&id=114306

NRC Handelsblad: Homo en CU-politicus, gaat dat samen?

http://www.nrc.nl/binnenland/article1128719.ece/Homo_en_CU-politicus%2C_gaat_dat_samen