Het doel van de praatgroep is vooral: het luisteren naar elkaar en het delen van ervaringen.
Gelovigen van allerlei gezindte zijn welkom, van oud-gereformeerd tot rooms-katholiek, van vrijgemaakt tot evangelisch, van licht tot zwaar, van gerichtheid tot geaardheid, van het mag niet tot het mag wel.

Caritas wil een plek zijn waar ouders de ruimte hebben om in een veilige sfeer te kunnen praten met elkaar en waar het luisteren naar elkaar een grotere plek krijgt dan het spuien. Wij willen bewust geen eenzijdige visie opleggen en we vragen van de deelnemers dat ze respect en ruimte voor elkaar en elkaars opvattingen met betrekking tot dit onderwerp hebben. Teveel is de theologische discussie een hinderpaal geweest voor het echte gesprek. Het gaat bij Caritas vooral om het kind en de relatie met het kind.

De praatgroep is indirect ook goed voor het kind dat ‘uit de kast komt’. Als een kind vertelt dat het homo of lesbisch is, heeft het juíst steun nodig van de ouders. Omdat ouders in dit proces heel erg met zichzelf, met elkaar of bijvoorbeeld met een geloofscrisis worden geconfronteerd, bestaat het gevaar dat het kind in de kou blijft staan, vaak zonder dat de ouder dit wil. Door een plek te creëren waar ouders kunnen praten over deze onderwerpen, hopen wij dat (jonge) homo’s er zelf ook baat bij hebben.

Heeft u behoefte aan een goed gesprek? Wilt u graag uw ervaringen delen?

Veilig voelen en acceptatie

Juist vanwege de kwetsbaarheid van jongeren die voor hun geaardheid uitkomen, is het belangrijk dat jongeren zich veilig voelen in het gezin, maar ook in de christelijke gemeente. Geen kritische vragen of een veroordeling, maar: open armen. “Wat voor de ouders geldt, geldt ook voor de kerk: anders kun je ze juist op zo’n moment voor altijd kwijtraken”, zegt Klaas Hoorn. “Ik zou tegen de kerken willen zeggen: pas ook op je roze schaapjes.” Hijzelf behield het geloof in de heftige periode dat hij zijn naaste omgeving vertelde over zijn homoseksualiteit. “Ik heb erg geworsteld met de afwijzing van mensen. Toch is het belangrijk voor me geweest om mijn geaardheid te accepteren zodat er rust is gekomen in mijn leven. Je kunt pas echt zijn, authentiek zijn als je jezelf accepteert zoals je bent; dat geldt trouwens voor iedereen. Ik heb in de loop der jaren geleerd dat geloof niet draait om angst – met dat beeld was ik opgevoed: heb ik wel een nieuw hart, ben ik wel bekeerd? – maar om vertrouwen. Dat heeft mij de ruimte gegeven om met mijn vriend Roeland verder te gaan. Als je geloof en je leven niet op angst steunen maar op liefde en vertrouwen, pas dan kun je tot je bestemming komen.”

(uit: God en hun dochter? Het werd God. Artikel over Caritas in Woord & Dienst, 14 oktober 2006, nummer 19)