I Korinthe 13: Het hooglied van de liefde

Het hooglied van de liefde heeft vandaag geklonken. Een centrale tekst in de brief van Paulus aan de Korinthiërs, een tekst waarin een echte kern van wat hij in Christus ontdekt heeft naar voren komt. Lees meer

Dirk van Duijvenbode: Coming out was een bevrijding

RTV Katwijk interviewde Dirk van Duijvenbode, die in Katwijk is opgegroeid. Carolien van Egmond sprak met hem over de strijd die hij met zichzelf leverde door jarenlang zijn homoseksualiteit geheim te houden. Lees meer

Jaap Zijlstra (1933-2015): een verpletterende ontdekking en een veranderlijke God

Jaap Zijlstra (Wassenaar, 1933) is dinsdag 22 december in zijn woonplaats Amsterdam overleden. ContrariO Magazine interviewde de predikant en dichter in 2012. “Als kleuter voelde ik al dat ik anders was. Ik hield niet van vechten, schoppen en ruwe praatjes.”
Lees meer

Acceptatie homo zijn in de kerk zorgt voor moeilijke momenten

Zoetermeer – Kerst is een tijd van verdraagzaamheid en vrede. Daar is iedereen het over eens. Toch levert homo zijn in de kerk, zelfs in de 21e eeuw, nog altijd een ingewikkelde dynamiek op. Niet alleen voor de lesbienne, homo, transgender of biseksueel (LHBT’er) zelf, maar ook voor diens ouders.

Liesbeth Bron is moeder van een dochter met een vriendin en medevoorzitter van Caritas, onderdeel van ContrariO, een praatgroep voor ouders. Liesbeth: “Het is niet alleen het kind wat worstelt met de combinatie homo/kerk. Voor ouders biedt deze praatgroep ruimte om met elkaar van gedachten te wisselen en ervaringen te delen.” Uit gesprekken met ouders ontdekte Liesbeth dat er behoefte bestaat aan een plek waar ouders met elkaar kunnen praten over hun ervaringen. Liesbeth: “Er bestonden al gesprekskringen, maar die hadden een meer algemeen karakter. Bij Caritas kunnen ouders hun vragen en gevoelens kwijt over geloof en homoseksualiteit. De enige voorwaarde die gesteld wordt is respect voor elkaars visie wat betreft homoseksualiteit.” Ondanks dat bij Caritas veel geluiden binnenkomen over vrienden, familie en gemeenteleden die om gezinnen heen gaan staan, zijn er ook geluiden over mensen die beschadigd raken door de meningen van anderen. Liesbeth: “Er gaan vriendschappen verloren als ouders weigeren een oordeel over hun kinderen uit te spreken. Of wanneer homoseksuele jongeren ‘zware gesprekken’ aan moeten gaan of uitgesloten worden bij kerkelijke activiteiten.” Op die manier lijkt het alsof het ‘LHBT-er zijn, zwaarder weegt dan alle andere thema’s. Het verdriet en de afwijzing die ouders en hun kinderen ervaren is enorm. Je zou zeggen: “Ga dan weg bij de kerk of laat je geloof varen.” Liesbeth: “Weggaan voelt alsof je geamputeerd wordt van datgene wat je zo lief is. Kerk-zijn is meer dan dat ene momentje op zondagmorgen. Contact met andere gelovigen, samen zingen en luisteren naar de overdenking. Daarom is het des te pijnlijker, en komt het extra hard binnen als mensen zonder nuance een oordeel vellen.” Omdat Liesbeth Bron weet waarover ze spreekt, zet ze zich met passie in voor Caritas en voor een bredere LHBT acceptatie. Liesbeth Bron: “Zo heb ik ook ‘Paarse Vrijdag’ onder de aandacht gebracht van het Alfrink College waar ik zes jaar lang deel uitmaakte van de parentgroup van het tweetalig V.W.O.” Een gepassioneerde vrouw die zich op veel verschillende gebieden inzet en staat voor haar gezin en haar geloof. Iemand die de ruwe kanten van het leven kent, maar zich steeds positief blijft focussen.

ContrariO is een christelijke vereniging voor homo’s en lesbiennes. Zij nemen geen stelling in met betrekking tot het wel of niet hebben van een homoseksuele relatie op grond van de Bijbel. Daarmee wordt ruimte gecreëerd voor gesprek en ontmoeting.

Bron: Streekblad Zoetermeer
Door: Robbert Roos

Uit de media: CGK Zwolle gaat eigen weg wat betreft homorelaties

Onlangs verscheen in het Nederlands Dagblad een portret interview met ds. Henk Mijnders.

Als de christelijk-gereformeerde synode het besluit om homorelaties af te wijzen niet herziet, komt het lidmaatschap van de Christelijke Gereformeerde Kerk van Zwolle op losse schroeven te staan.

Lees het volledige artikel op de site van het ND.

Een paar dagen later reageerde Ds. Quant via het Reformatorisch Dagblad.

De gedachten van ds. H. C. Mijnders over homoseksualiteit en een mogelijke breuk met het kerkverband zijn niet wijs en staan een eerlijke, geestelijke bespreking door de generale synode in de weg.

Lees dit artikel op de site van het RD.

Wat als kinderen andere wegen gaan?

De deur van het ouderlijk huis en van het ouderhart dient altijd open te staan voor kinderen die een andere weg gaan, stelt ds. W. C. Polinder. Wat doe je als ouders of grootouders als je kinderen andere wegen gaan? Wat is dan belangrijk?

In het Reformatorisch Dagblad verscheen daarover onlangs een artikel dat hier te lezen is. Het artikel is een bewerking van de lezing die ds. W.C. Polinder hield op de jaarlijkse bondsdag van Christelijk Gereformeerde Mannenbond.

Homo-moeheid

Ik lijd aan homo-moeheid. En de timing van dat gevoel is erg slecht. De evangelische wereld begint zich net een beetje op te maken voor een echt gesprek maar voor die tijd heb ik er al geen zin meer in.

Misschien komt het doordat ik de afgelopen maanden met meer dan buitengewone interesse naar de discussie heb gekeken. Maar misschien ook wel doordat ik merk dat elke aandacht voor deze kwestie de aandachtvrager bijna automatisch in het verdomhoekje doet belanden. Je bent verdacht geworden. Want je laat ruimte om te luisteren, geeft te veel aandacht aan de emotionele argumenten etc. etc. Je bent vast niet orthodox meer. Hokjes, vakjes en frames.
Het gaat allang niet meer over mensen. Het gaat om standpunten

Ik vrees dus dat een echt inhoudelijk gesprek toch nét niet gevoerd gaat worden. Het zal hooguit resulteren in een diepe kloof tussen kerken, die wordt bepaald aan de hand van hun standpunt rondom homoseksualiteit. Het gaat allang niet meer over mensen. Het gaat om standpunten. Als deze discussie uitgewoed is, zullen we vast weer een nieuw gespreksonderwerp vinden om daar ook weer een standpunt over te formuleren. Ik gok dat het niet zal gaan om het gebrek aan liefde in ons eigen hart, maar vooral over iets waar ‘we’ zelf geen last van hebben.

Misschien ben ik wel het meest moe van de standpuntenkerk, die louter en alleen bezig lijkt te zijn met het afbakenen van grenzen onder het reciteren van de magische zin ‘iedereen is welkom’. Ik geloof er geen bal van! In veel kerken ben je alleen welkom als je bent en doet zoals de rest. Dat geldt niet alleen op het vlak van (homo)seksualiteit, maar raakt aan veel meer onderwerpen.

Weet je wat het wrange is? Die kerk, dat ben ik zelf. Ook ik ben niet altijd aardig, ik heb niet altijd iedereen lief en worstel met mijn houding ten opzichte van sommige mensen in de kerk. Soms ben ik net een mens. Misschien is het toch geen homo-moeheid maar ben ik vooral moe van mezelf: de kerk met een mening.
De kerk is toe aan een grondige renovatie. Ik ben toe aan een grondige renovatie. En jij misschien ook wel

De kerk is toe aan een grondige renovatie. Ik ben toe aan een grondige renovatie. En jij misschien ook wel. Misschien is het niet zo slecht om een tijdje in de steigers te staan en ons vooral te laten leiden door Jezus zelf en met Hem af te stemmen waar het nou echt om draait, voordat we ons weer in het strijdgewoel begeven. Het accent op spiritualiteit en niet langer op het debat.

In de tussentijd ga ik gewoon van mensen houden (in al mijn beperktheid) – homo, hetero, transgender of anders georiënteerd. Of in de woorden van Billy Graham: “Het is aan God om te oordelen; het is aan de Heilige Geest om te overtuigen; en het is aan mij om lief te hebben”.

Foto: Jan Wolsheimer
Bron: weblog van Jan Wolsheimer

‘Christelijke homo-organisaties laten steeds minder ruimte voor ander geluid’ zegt Herman van Wijngaarden.

Herman van Wijngaarden zat deze week bij het EO programma ‘Door de week’. Hij zei dat een ‘relatie aangaan’ de énige optie is en dat er geen ruimte is voor een andere zienswijze bij christelijke homo-organisaties. Er werd gesproken over CHJC, HolyFemales en ContrariO.

Mensen die kiezen voor een celibatair leven zijn van harte welkom bij een organisatie als ContrariO. Er is bij ContrariO alle ruimte en respect voor een mening als die van Herman. Wees van harte welkom en praat mee.

Beluister de hele uitzending via de website van de Evangelische Omroep.

 

Ik ben christen, mijn vader is homo

Joëlle Bakhuis maakte www.verscheurd.nl een platform voor gelovige homo’s en hun naasten. Haar inspiratie is de Amerikaan Justin Lee, die het boek “Torn” (“Verscheurd”) schreef over christen zijn en erachter komen dat je homo bent. Joëlle is zelf gelovig, hetero maar dochter van een homo-vader. Joëlle: “Toen ik 16 was hoorde ik van mijn moeder dat mijn vader homoseksueel was. Dit was zo’n taboe, ik heb er jarenlang nooit met iemand over gepraat.” Inmiddels heeft ze haar vader en zijn vriend omarmd en vecht ze tegen vooroordelen over homo’s. Joëlle wil met Verscheurd.nl het onderwerp homoseksualiteit binnen christelijk Nederland bespreekbaar maken. “Onder christenen leeft vaak de overtuiging, dat als je homo bent er iets mis is gegaan in je jeugd, en dat je genezen kan worden. Of mensen zijn bang dat homoseksualiteit besmettelijk is. Het is heel verdrietig om tegen die vooroordelen aan te moeten lopen,” zegt Joëlle.

In het korte filmpje hieronder geeft ze haar motivatie.

Bron: Spirit24.nl

Dromen van een wereld vol LHHBT’ers

Hij profeteert liever achterwaarts dan voorwaarts en voorspelt graag wat er tien jaar geleden is gebeurd. Toch blikt Ruard Ganzevoort op verzoek van ContrariO Magazine niet alleen terug, maar ook – voorzichtig – vooruit. “In een ideale wereld zouden we het anders-zijn echt toelaten. Daarmee bedoel ik dat we iedereen als anders gaan zien.”

interview door Albert van Zanen

Ganzevoort, hoogleraar praktische theologie aan de Vrije Universiteit, is een van de auteurs van ”Adam en Evert. De spanning tussen kerk en homoseksualiteit”. Het boek is al vier jaar op de markt, maar de schrijvers krijgen er nog steeds reacties op. Ook vanuit het buitenland is er belangstelling voor. “Het wordt nu vertaald in het Indonesisch, omdat ook in Indonesië de vraag leeft: hoe kun je een taal vinden om seksuele diversiteit bespreekbaar te maken?”

Wat was de aanleiding voor het schrijven van “Adam en Evert”?

“Bij bijna elk boek over religie en homoseksualiteit dat je destijds kon vinden, hoefde je maar een bladzijde open te slaan en je wist of de schrijver voor of tegen was. De hele thematiek werd versimpeld tot een strijd met twee kampen. Aan de ene kant had je de harde voorvechters van emancipatie, aan de andere kant de harde reli’s. Allemaal zeiden ze dat ze het beste voorhadden met de betrokkenen. Ondertussen creëerden ze een loopgravenoorlog waarbij uitgerekend de mensen om wie het zou moeten gaan, voortdurend in de vuurlinie lagen. De grote uitdaging was dus: hoe kunnen we woorden vinden die ons helpen om uit onze loopgraven te komen?”

Is er de laatste jaren iets ten goede veranderd?

“Binnen de gematigde orthodoxie zie ik een behoorlijke toename in openheid. De vanzelfsprekende ethische beoordeling die er altijd was, is op allerlei manieren aan het eroderen. Ik zie dat ook doorsijpelen in meer behoudende kerken als de Gereformeerde Gemeenten en de Hersteld Hervormde Kerk. Hoewel de ethische discussie daar behoorlijk vastzit, hoor ik steeds meer ouders zeggen: ‘Het is allemaal waar, maar het is wel mijn zoon’. Er is een heel andere toon dan voorheen.

Tegelijkertijd: er zijn ook altijd weer nieuwe mensen, in een net iets andere groep, voor wie het conflict nu begint. Ik denk aan de man van Marokkaanse afkomst die ik interviewde voor ons huidige onderzoek onder LHBT’ers (lesbiennes, homo’s, biseksuelen en transgenders, red.) binnen etnische en religieuze minderheden. Er zijn accentverschillen, maar je komt dezelfde strijd tegen.”

Hoe komen mensen in dat conflict tot een ethische keuze, bijvoorbeeld voor een relatie?

“Ethiek heeft voor iedereen twee basisbronnen: dat wat je als vanzelfsprekend meekrijgt en dat wat voor jouzelf onvermijdelijke realiteit is, wat je heel basaal voelt en beleeft. Als die twee met elkaar botsen, is de vraag: hoe werkt dat dan uit? Ik heb de indruk dat er, ook binnen orthodox en evangelisch Nederland, een groeiende groep is die zegt: ‘Dit is wat ik van huis uit heb meegekregen en ik neem daarvan over wat ik wil blijven geloven, maar ik voel met heel mijn wezen dat een relatie goed is – dit is gewoon de weg die ik ga’. In die zin lijkt het erop, ik zeg dat voorzichtig, dat de tegenstelling tussen religie en homoseksualiteit wel wat aan het afnemen is.”

In ”Adam en Evert” worden zes beelden van homoseksualiteit beschreven die de auteurs in christelijke kring tegenkwamen: gebrokenheid, zonde, strijd, ziekte, anders zijn en jezelf zijn.

“Zolang je de ander ziet als degene die afwijkt, maar die wij genadig accepteren, heb je nog niet begrepen wat diversiteit is”

Hoe beoordeel je deze beelden?

“Ik kan me bij al die beelden wel iets voorstellen, alleen heb ik met de een wat meer moeite dan met de ander. Van mij mag je iedere theologische visie hebben die je hebben wilt. Maar als jouw visie ertoe leidt dat een deel van je gemeenteleden opgroeit met een psychologisch risico omdat er een kloof ontstaat tussen hoe zij zichzelf beleven en de boodschap die zij steeds te horen krijgen, dan moeten we wel praten. Ik heb moeite met beelden die mensen klemzetten, en dat is vooral zo bij een beeld als bezetenheid. De benadering van ‘zonde’ snap ik beter en hoe algemener je haar maakt, hoe minder kwaad zij kan: we hebben allemaal onze zonde. Maar dan moet je er niet één uit selecteren. Dat geldt ook voor het beeld van strijd: dat mag geen opgelegde strijd zijn. De ervaring van nogal wat mensen is dat ze geaccepteerd worden binnen de kerk zolang ze vechten tegen zichzelf. Zodra ze zichzelf gaan accepteren, worden ze eruit gezet. Die situatie is volgens mij schadelijk.”

ContrariO wordt genoemd bij het beeld ‘anders zijn’. Kan de vereniging met die benadering nog 25 jaar vooruit?

“Om te beginnen is het de vraag of de komende 25 jaar dezelfde strijd nodig is. Er liggen volgens mij op dit moment grotere vragen bij de positie van transgenders. Het is een bijna onzichtbare groep, waar totaal andere vragen leven. Daarnaast denk ik vooral aan LHBT’ers in migrantenkerken, pinksterkerken en in de Turkse en Marokkaanse gemeenschap. Er zijn altijd verschuivende fronten en je moet niet de strijd van gisteren strijden. Een interessante vraag voor ContrariO is: hoe kun je iets betekenen voor verwante groepen binnen andere tradities, christelijk en eventueel daarbuiten?

Een goede invalshoek lijkt me die van de meervoudige partijdigheid. Dat betekent dat je zegt: ‘Wij zien de pijn en de vragen van alle partijen en willen juist daarom kijken of we iets aan dialoog kunnen doen’. Dat lijkt me een heel heilzame strategie. Als je zo recht probeert te doen aan de verschillende gezichtspunten, is het wel heel ingewikkeld dat de een zegt: ‘Je bent niet emancipatorisch genoeg’ en de ander: ‘Je bent zo liberaal dat het dictatoriaal wordt’. Een van de kritieken die ik geregeld krijg, is dat ik uiteindelijk, zonder het eerlijk te zeggen, in mijn pleidooi voor tolerantie en diversiteit een liberale agenda aan het doordrukken ben, die op termijn betekent dat er geen ruimte meer is voor een eerlijk bijbelgetrouw geluid. Zulke verwijten brengen de dialoog niet verder.”

Je leidt een groot onderzoek naar de spanning tussen religie en homoseksualiteit in het publieke domein. Waar draait het in dit onderzoek om?

“Om het publieke debat. Hoe wordt in bijvoorbeeld de politiek, in vragenrubrieken van de Libelle of de Gay Krant en in soapseries over religie en homoseksualiteit gesproken? Onze indruk is dat die twee heel vaak tegenover elkaar worden gezet: als je een echte christen bent, ben je natuurlijk tegen homo’s en als je een echte homo bent, ben je tegen christenen. De vraag van dit onderzoek is: hoe ziet die strijd eruit? Daarbij belichten we de karikaturale rollen die er worden neergezet, bijvoorbeeld van de homo, de weigerambtenaar of de ‘moeder van’. We kijken ook naar de ontwikkelingen in de afgelopen vijftig jaar. Een van de gedachten bij dit onderzoek is dat de refo van nu de homo van toen is. Vijftig jaar geleden omschreven we onze identiteit door te verwijzen naar de zuil waarbij we hoorden, terwijl vandaag de dag je maatschappelijke identiteit wordt bepaald aan de hand van je positie tegenover seksuele diversiteit. In het onderzoek vergelijken we de Nederlandse situatie met die in drie totaal verschillende contexten: Zweden, Spanje en Servië. Zo willen we erachter komen wat het unieke is van hoe wij het hier in Nederland doen.”

Een jubileum is een mooi moment om vooruit te blikken. Hoe ziet de wereld eruit in jouw toekomstdroom?

“Het lijkt erop, ik zeg dat voorzichtig, dat de tegenstelling tussen religie en homoseksualiteit wat aan het afnemen is”
Na een korte stilte: “Ik aarzel een beetje, omdat ik niet wil zeggen: ‘Als we dit of dat bereikt hebben, zijn we klaar’. Mijn toekomstdroom is als een tegenvallend spiegelbeeld, dat laat zien waar het nog aan schort. Wat er nog ontbreekt en wat in een ideale wereld dus wel zou gebeuren – al geloof ik dat die wereld nooit voor honderd procent gerealiseerd kan worden – is dat we het anders-zijn echt toelaten en ons erover blijven verbazen. Ik zou wel af willen van de simpele definities van gender en seksualiteit. Je bent of homo óf hetero, of eventueel bi, zo denken veel mensen. Maar de variatie en gelaagdheid zijn veel groter dan dat. In een ideale wereld zouden we iedereen als anders gaan definiëren. Ik vind dat we voortaan zouden moeten spreken van ‘LHHBT’, waarbij we ook de hetero’s zien als een van de varianten van seksuele diversiteit. Zolang je jezelf ziet als de dominante groep die het gesprek bepaalt en de ander als degene die afwijkt, maar die wij genadig accepteren, heb je nog niet begrepen wat diversiteit is. Hier zit voor mij ook een spirituele kant aan. Daar waar je echt beseft dat de ander fundamenteel anders blijft, ontstaat de mogelijkheid van ontmoeting, daar ontstaat de mogelijkheid van ontregeling en van het ontdekken, en dus van openbaring.

Een tweede punt, dat hier direct aan raakt: volgens mij hoeft de kerk helemaal niet per se een mening te hebben over wat homo’s doen met hun leven. De kerk stelt zich die vraag ook niet bij wat autorijders doen met hun leven, terwijl ze dat op grond van de Bijbel wel zou kunnen doen. Ik stoor mij aan de suggestie dat als je anders gaat denken over homoseksualiteit, je in een soort fase van moreel verval zit en dat dan zo meteen alles mag. Nee, nee, voor mij is de discussie over homoseksualiteit bij uitstek een morele discussie. Alleen, ik stel andere vragen. Aan de kerk bijvoorbeeld. Wat betekent het voor al die homo’s in je eigen gelederen dat je in de afgelopen decennia zo publiek hebt lopen tobben over de aanvaardbaarheid van homoseksualiteit? En eerlijk gezegd, op mijn meest boze momenten – die ik graag voor me houd, maar ze zijn er wel – vind ik dat soort kerkelijke discussies een vorm van koloniale onderdrukking. Waar je niet de stem van de mensen om wie het gaat en hun ervaringen en perspectief serieus neemt, maar in een paternalistische, jouw eigen macht in stand houdende, schijnbare objectiviteit over anderen gaat beslissen. Waar er letterlijk gezegd wordt, als het gaat over de uitleg van bijbelteksten: ‘Je moet niet aan homo’s zelf vragen hoe je die moet uitleggen, want die kunnen dat niet objectief’. Dat zijn vormen van onderdrukking.”

Welke uitdaging zie je voor de toekomst?

“Voor mij ligt de uitdaging op drie vlakken. De eerste is zorg, met name voor diegenen die tussen de wielen raken. De tweede is emancipatie, de profetische stem die zegt: dingen zullen toch echt anders moeten. En de derde is dialoog tussen mensen met totaal verschillende gezichtspunten die elkaar op de tenen staan. Ik denk dat de combinatie van die drie essentieel is. Met alleen zorg houd je de situatie in stand, dan probeer je de ‘arme homo’s’ op te vangen die het anders zo moeilijk hebben. Bij enkel emancipatie ga je de strijd aan, met als risico dat je daarmee de tegenstellingen vergroot. En met alleen maar dialoog mis je de discussie over machtsverhoudingen. In de verbinding tussen deze drie zit de uitdaging voor de toekomst.”

Bron: ContrariO Magazine november 2014